
Bericht van Harriet Kollen Zeeburgereiland 9 juni '25
Alsof ze er altijd al hingen
Gisteren kwam Coen ten Berge bij mij thuis. Hij had een stapel schilderijen bij zich. Niet in een glanzende kunstopstelling of met een promopraatje erbij, maar gewoon: werken in bubbeltjesplastic, opgestapeld tegen een muur. Zoals een timmerman zijn gereedschap bij zich draagt. Degelijk, vanzelfsprekend.
Met zorg werden de doeken één voor één omhoog tegen mijn witte muur gehouden. Alsof ze voelden: past dit? Klopt dit? Geen verkooppraat, geen dwingend gebaar - alleen kijken. Kijken en laten gebeuren. Coen zei niets over wat hij zelf voor zich zag. Maar achteraf weet ik: hij wist allang welke doeken het moesten worden.Hij liet mij kiezen. Liet mij kijken. En ik, nog zonder het helemaal te beseffen, koos de trilogie.
Drie werken, 90 bij 90, olieverf op doek. Uit een vroegere periode van zijn oeuvre. Ze drongen zich niet op, maar nodigden me stilletjes uit. Als oude bekenden die niets vroegen, maar toch bleven staan. Alsof het werk míj aan het bekijken was. Ze werden opgehangen. Drie naast elkaar aan de witte muur in mijn woonkamer. En ineens was het alsof ze er altijd al hadden gehangen. Alsof de kamer een diepe ademhaling nam. Alsof de schilderijen me kenden, of ik hen.
Coen schildert vanaf de grond. Niet op een ezel, maar laag, dicht bij de aarde. Hij draait de doeken tijdens het werken, laat vormen verschuiven, lijnen reageren op elkaar. “Ik laat het organisch ontstaan,” zei hij zacht, toen we samen keken. En ik knikte, want dat zinnetje raakte me onverwacht diep. Organisch laten ontstaan - het is niet alleen zijn manier van schilderen. Het is ook het leitmotiv van mijn leven. Dingen laten ontstaan. Ruimte geven. Niet forceren, maar volgen wat zich aandient. Niet weten en toch vertrouwen. Hij voelt zich o.a. verwant met het constructivisme. Je ziet dat terug in de gelaagdheid, de balans tussen ordening en vrije vorm. Maar zijn werk blijft beweeglijk. Tastend. Zoekend. Alsof de doeken zich nog aan het herinneren zijn wat ze willen worden. Alsof het werk mij koos. Alsof ik op precies het goede moment op precies de goede plek stond. De drie doeken hangen nu. Daglicht vangen ze moeiteloos. Soms lijkt het alsof ze fluisteren. En soms, als ik mijn hoofd schuin houd – net als Coen dat doet terwijl hij werkt – zie ik hoe iets zich verplaatst in het beeld. Niet letterlijk, maar in mij. Want dat doet kunst, als je haar de ruimte geeft.Ze maakt van een huis een verhaal.En van een ontmoeting een thuiskomst.Een plek,waar de kunstenaar podium krijgt.